De Nogorogorokrater

Op 5 februari brachten mijn vrouw en ik een bezoek aan wat wel het vijfde wereldwonder en de Ark van Noach wordt genoemd, de Ngrongorokrater in Tanzania. De Ngorongoro krater heb ik regelmatig genoemd in verband met de Oostvaardersplassen. Beide gebieden zijn zeer vruchtbaar en er is voor de dieren het hele jaar door drinkwater. Naar het voorbeeld van de krater kunnen daarom de hoge dichtheden hoefdieren in de Oostvaardersplassen ook natuurlijk zijn. Daar komt bij dat de grote roofdieren leeuw en hyena die in de krater aanwezig zijn niet de aantallen hoefdieren in de krater reguleren. In discussies over het reguleren van aantallen wordt er vaak van uit gegaan dat grote roofdieren dat van nature doen. In de krater, maar ook in de het aangrenzende Serengeti met de beroemde trek van bijna 2 miljoen wildebeesten en enkele honderdduizenden zebra's doet de hoeveelheid beschikbaar voedsel dat. Ook in de Oostvaardersplassen worden de aantallendieren niet door grote predatoren, maar door de hoeveelheid voedsel gereguleerd. Uiteindelijk schieten de boswachters die dieren dood , waarvan de conditie duidelijk maakt dat ze het niet gaan redden.

De krater is het restant van een vulkaan die 2 of 3 miljoen jaar geleden ontplofte en instortte. Nu is er als restant een opstaande steile rand van 400 tot 600 meter hoog, die in een cirkel een grazige vlakte van bijna 26.000 ha omsluit. Op die vlakte leeft het ongelooflijke aantal van gemiddeld 25.000 hoefdieren in een voor ons ongekende grote verscheidenheid aan soorten. Het talrijkst is het wildebeest, een antiloop die wat zwaarder is dan ons edelhert. De aantallen varieerden in de periode 1964-2005 van een absoluut minimum van 4.000 tot een absoluut maximum van 20.000 dieren. Op de tweede plaats komt de Thomson's gazelle die zo groot is als ons ree en waarvan de aantallen varieerden van minder dan 1.000 tot maximaal 6.000. Dan volgde de zebra , in grootte een konik, waarvan de aantallen varieerden van 2.300 tot 6.000. Daarna komt in aantallen de Afrikaanse buffel met ongeveer het formaat van een Heckrund. Voor 1970 kwam de Afrikaanse buffel vrijwel niet in de krater voor. In de periode daarna groeide het aantal tot ruim maximaal 5.000. In de periode 1999-2005 varieerde het aantal van 1.000 tot 5.000. Het minst talrijk van de algemene was de Grant's gazelle, een antiloop zo groot als het damhert. Het laagste ooit getelde aantal was 465 en het hoogste 3.600.

nogorogoro

erder komen in kleinere aantallen tot zeer weinig voor het wrattenzwijn, formaat wild zwijn, de elandantiloop die een slag groter is dan onze eland en het Coke's hartebeest die ook de grootte heeft van het edelhert. Helemaal buiten de orde van grootte van onze inheemse hoefdieren zijn de zwarte neushoorn en de Afrikaanse olifant. Een zwarte neushoorn weegt 850 tot 1.600 kg en bij de Afrikaanse olifant varieert het gewicht van 2.200 tot 3.500 kg bij de vrouwtjes en 4.000 tot 6.300 kg bij de mannetjes. Daarmee zijn dan nog niet alle in het gebied voorkomende soorten hoefdieren genoemd. Alle wel genoemde zijn op de olifant en de zwarte neushoorn na allemaal graseters. De neushoorn snoeit vooral de acaciabomen en -struiken die in twee kleine bossen op de kratervloer voorkomen. De olifant doet zich daar ook tegoed aan, maar ook aan gras. In de periode 1980-2005 was er sprake van een neerwaartse trend in de aantallen van wildebeest, Thomson's gazelle en Grant's gazelle, terwijl tegelijkertijd het aantal Afrikaanse buffels groeide. De aantallen zebra's bleven over het geheel genomen stabiel .

In de krater komt ook de hoogste dichtheid ter wereld aan grote roofdieren voor; 1 leeuw per 300 ha en een gevlekte hyena per 90 ha. Om je een beeld te vormen voor wat dat voor Europa zou betekenen als je over wolven praat; een gevlekte hyena weegt 40 tot 90 kg, een wolf 35 tot 70 kg. Omgerekend zou dat een dichtheid zijn van ruim 1 wolf per 70 ha. De invloed van de leeuwen op de hyena's laten we gemakshalve dan maar buiten beschouwing, hoewel die toch ook een deel van de hoefdieren opeisen. Daarbij moet je bedenken een leeuwin 120 tot 180 kg weegt en een leeuw 150 tot 250 kg. Dat er in de krater zulke enorme hoge dichtheden aan grote roofdieren voorkomen, komt door de enorm grote aantallen hoefdieren. Daardoor zijn de leeuwen in de Ngorongoro krater ook groter dan die daarbuiten.

Zoals gezegd reguleert de hoeveelheid beschikbaar voedsel de aantallen hoefdieren in de krater. Dat kan er flink inhakken. Zo leidde een droogte in de krater in 2000 tot een sterfte onder de buffels van 55%. Dat gebeurde ondanks dat dieren ook wel de krater in- en uitgaan om op graslanden te grazen die direct aan de krater grenzen. Hoeveel dat doen is afhankelijk van de hoeveelheid regen die daar is gevallen. Van jaar tot jaar verschillen de aantallen dan ook. Bij de wildebeesten zou het om 10 tot 30% van de dieren uit de krater gaan en bij de zebra's tot 50%. Daarentegen blijven de Thomson's gazelles permanent in de krater. Ik heb ik de steile rand van de krater van de Ngorongoro krater wel vergeleken met een raster, zoals dat rond de Oostvaardersplassen staat. Die vergelijking blijkt bij nader inzien niet helemaal op te gaan.

Al met al is het een ongelooflijke belevenis daar op de bodem van de krater rondte rijden – je mag de auto niet uit – dat zoiets nog op de aarde bestaat. Je ziet er bovendien witte ooievaars, boerenzwaluwen, grauwe kiekendieven en steppekiekendieven voedsel zoeken; vogelsoorten uit Europa, uit Nederland, die daar de winter doorbrengen. En dat stemde mij treurig. De reden; Tanzania behoort tot de tien armste landen ter wereld. Kennelijk staat het hebben van natuur die nog zo rijk kan zijn aan haar grote beesten en daarmee ook te zorgen voor de overwintering van onze Europese vogelsoorten, gelijk aan het hebben van armoede. Ontwikkelde gebieden als Europa en Nederland in het bijzonder, menen dat dat zij zich zulke natuur financieel niet meer kunnen permitteren.

Frans Vera - Stichting Natuurlijke Processen

Voor meer details en informatie lees:

S.A.R. Mduma, A.R.E. Sinclair, R. Hilton (1999). Food regulates the Serengeti wildebeest: a 40-year record. Journal of Animal Ecology 66, 11-1-1122.

B.M. Kissiu, C. Packer (2004). Top-down population regulation of a top predator: lions in the Ngorongoro Crater. Proceedings of the Royal Society of London B, 04PB0188, 1-8.

O.P. Höner, B. Wachter, M.L. East, V.A. Runyoro, H. Hofer (2005). The effect of prey abundance and foraging tactics on the population dynamics of a territorial carnivore, the spotted hyena. Oikos, 108, 544-554.

R.D. Estes, J.L. Atwood, A.B. Estes (2006). Downward trend in Ngorongoro Crater ungulate populations 1986-2005: Conservation concerns and the need for ecological research. Biological Conservation, 131, 106-120.

J. Grant, C. Hopcraft, H. Olff, A.R.E. Sinclair (2010). Herbivores, resources and risk: alternating regulation along primary environmental gradients in savannas. Trends in Ecology and Evolution, 25, 119-128.

Department Livestock & Pasture Science- Isebe Lemfuyo Namadlelo - Report on prescribed burning as a means of controlling the incidence of ticks, the current condition of the Lerai Forest and the infestation of the Forbs in the Ngorongoro crater in Tanzania - September 2002 - by W.S.W. Trollope, L.A. Trollope & P.Morkel

Volg Frans Vera ook op TWITTER twitter